Cursus Vrouwelijke kunstenaars

Introductie:

Is het u wel eens opgevallen dat de grote namen in de kunstgeschiedenis overwegend die van mannen zijn? Rembrandt, da Vinci, Picasso, Rodin, Pollock, de Kooning, om er maar een paar te noemen. Zij werden vaak als genie, vernieuwer of op zijn minst trendsetter gezien in een bepaalde periode. Maar waar zijn de vrouwen in deze door mannen gedomineerde kunstwereld? Vaak wordt vergeten dat achter deze iconen een vrouw kon schuilen die niet alleen de taak als muze bekleedde maar zelf ook zeer bekwaam was als kunstenaar. Tot elke belangrijke kunststroming in de kunstgeschiedenis behoorden immers ook vrouwen. Hoe kan het dat we vaak zo weinig over hen weten, en dat het de meesten niet gelukt is om de erkenning te krijgen die ze wel verdienden? En waarin verschilt “vrouwenkunst” van “mannenkunst” en de volgende vraag is natuurlijk: Hoe staan we er nu voor?

Tijdens deze cursus ga ik op deze en andere vragen in, en laat in vijf lessen de ontwikkeling van de professionele vrouwelijke kunstenaar vanaf de Middeleeuwen tot het heden zien.

Eerste les:

We beginnen bij de late Middeleeuwen, waar in verkapte vorm eigenlijk al de eerste vrouwelijke zelfportretten ontstonden in de geïllustreerde manuscripten. Tijdens de Renaissance veranderde de status van kunstenaar van ambachtsman naar vrij kunstenaar met een meer glamourachtige uitstraling en dito waardering. Kunstopleidingen waren in deze tijd vrijwel niet toegankelijk voor vrouwen en mocht een vrouw ambities hebben in deze richting, kreeg zij meestal les van haar vader, die ook kunstenaar was.
Lavinia Fontana (1552-1614) is daar een goed voorbeeld van, zij kreeg les van haar vader, de schilder Prospero Fontana, die tot de Bolognese school behoorde. Ze heeft een opmerkelijk leven geleid en schopte het zo ver, dat zij vanwege haar schilderstalent door paus Clemens VIII naar Rome is gehaald om daar te werken.
Een andere bekende adellijke schilderes uit deze periode is Sofonisba Anguissola (1532-1625). Haar werk werd zelfs geprezen door Vasari in zijn beroemde en toonaangevende “Levens van de meest beroemde schilders, beeldhouwers en architecten”. Zij is met name bekend geworden vanwege haar uitzonderlijke portretten, en heeft lange tijd aan het Spaanse hof gewerkt waar zij les gaf aan koningin Isabella.
In de zeventiende eeuw zien we meer vrouwen aan het werk als professionele kunstenaars. Interessant om als voorbeeld hiervan het werk van ons eigen Judith Leyster (1609-1660) onder de loep te nemen. Zij was één van de eerste vrouwen die tot het Haarlemse Sint Lucas gilde was toegelaten en had het tot meestersschilder(es) geschopt.

Tweede les: 

De achttiende eeuw kenmerkt zich als bloeiperiode voor de vrouwelijke kunstenaars, de eeuw van de Verlichting brengt veel goeds voort. We bespreken tijdens deze les onder andere het werk van de gevierde Italiaanse
pastelportrettiste Rosalba Carriera ( 1675-1757). 
De tweede helft van deze eeuw was een inventieve periode en een vrouw moest in de kunstwereld haar charmes optimaal weten te benutten en niet als concurrent van de mannelijke kunstenaar gezien worden. De vele beminnelijke zelfportretten van Élisabeth Vigée-le Brun (1755-1842) getuigen hiervan. Ze is met name bekend geworden vanwege haar portretten van koningin Marie Antoinette en kreeg het mede dankzij haar ook voor elkaar te worden toegelaten tot de prestigieuze Académie Royale de Peinture et Sculpture. Uiteraard was dit bijzonder in deze tijd, want de kunstacademies bleven slecht tot nauwelijks toegankelijk voor vrouwen, en hier kwam pas in de tweede helft van de negentiende eeuw verandering in.
We sluiten de les af met het werk van de Zwitserse, neo-classicistische schilderes Angelica Kauffmann ( 1741-1807) die uitgroeide tot één van de meest bekende portrettisten van haar tijd , naast haar goede en invloedrijke vriend Sir Joshua Reynolds.

Derde les: 

De negentiende eeuw betekende een omwenteling voor de vrouwelijke kunstenaars. In de tweede helft van deze eeuw openden de academies geleidelijk aan hun deuren voor vrouwen en het was nu mogelijk om teken en schilderlessen te volgen naar mannelijk naaktmodel. Het bleef echter een strijd om erkenning, sommige kunstscholen weigerden getrouwde vrouwen aan te nemen, en het onderwijsprogramma was voor vrouwelijke leden minder veeleisend dan voor mannen. Nog steeds waren er veel vrouwen wiens werk tussen dat van een amateur en een professional bleef steken, alsof ze de beslissing om zich echt volledig te wijden aan het beroep als kunstenaar niet konden nemen. Een voorbeeld daarvan is het werk van de Engelse Mary Ellen Best (1809-1891).
In het geval van de Franse impressioniste Berthe Morisot (1841-1895) verliep haar carrière heel anders, en zij werd gerekend tot één van de bekende namen binnen het impressionisme, tussen de mannen. Haar huwelijk met de broer van Edouard Manet, Eugène had hier wellicht aan bijgedragen. 
Aan de hand van de dagboeken van de Russische schilderes Marie Bashkirtseff (1858-1884) krijgt men een goed beeld hoe het leven aan het einde van de negentiende eeuw eruitzag. Ze beschreef de concurrentie tussen vrouwen op de academies onderling. Erg boeiend...
We sluiten deze les af met het leven en werk van de Duitse Paula Modersohn Becker (1876-1907) , haar expressionistische werk toont ons de veranderingen en nieuwe mogelijkheden voor vrouwen in deze tijd, maar zoals bij velen kwam de erkenning pas na haar dood.

Vierde les:

Zoals gezegd vonden er rond 1900 veel sociologische en technologische ontwikkelingen plaats die voor vrouwen nieuwe perspectieven boden. Dit zien we onder andere terug in de fotografie, een relatief jonge kunstdiscipline, en we zullen tijdens deze les zien dat het werk van een aantal fotografes in deze tijd niet onder deed voor dat van hun mannelijke collega's. De deuren leken nu open te staan voor vrouwen, maar was dit ook echt zo? In de eerste helft van de twintigste eeuw heerste er een moordende concurrentiestrijd onder de vrouwelijke kunstenaars en bovendien zagen zij zich vaak genoodzaakt om onder een mannennaam te exposeren om überhaupt serieus beoordeeld te worden.
Lee Krasner (1908-1984), heette eigenlijk Lena en was de vrouw van de abstract expressionist Jackson Pollock, haar werk kwam pas na zijn dood in 1956 in de belangstelling. Opvallend dat haar werk tijdens hun huwelijk anders beoordeeld werd dan daarna en dat zij uit zijn schaduw is gekomen.
In de jaren zestig en zeventig zorgde de tweede feministische golf verandering in de kunstwereld. Vrouwen waren op zoek naar een nieuwe identiteit en rol bepaling binnen de maatschappij. Logisch dat feministische kunstenaars, zoals bijvoorbeeld Mary Beth Edelson (1933) en Hannah Wilke (1940-1993) hun thematiek lieten bepalen door de kracht en macht van het vrouwelijk lichaam.
We sluiten de cursus af met het zeer individuele werk van de Engelse Tracey Emin (1963) die uitzonderlijk provocerend werk maakt en in de jaren negentig tot de Young British Artists behoorde.

Aan het einde van deze cursus heeft u een mooi overzicht gekregen van de ontwikkeling die vrouwelijke kunstenaars hebben doorgemaakt en die ons uiteindelijk op de plaats laten uitkomen waar vrouwen nu staan in de kunstwereld, maar ook in de maatschappij.

Parels uit de Kunst, in samenwerking met Bibliotheek Enschede

De cursus bestaat uit vijf lessen, waarvan de eerste vier plaatsvinden in Bibliotheek Enschede. De vijfde les bestaat uit een rondleiding in het museum (datum in overleg met de cursisten). 

Voor informatie over data, tijd, kosten en reserveren; zie onze maandagenda

cursus vrouwelijke kunstenaar zwart wit portret